NEDERLANDS
🇳🇱

Winkelcentrum

hetZelfstandig naamwoordA1

Enkelvoudsvormen

Het woord 'winkelcentrum' wordt meestal in het enkelvoud gebruikt om één specifiek winkelcentrum aan te duiden. Het is een zelfstandig naamwoord dat verwijst naar een gebouw of complex met meerdere winkels.

Bepaald (de/het)
Onbepaald (een)
Zonder lidwoord

Meervoudsvormen

De meervoudsvorm 'winkelcentra' wordt gebruikt als je het over meerdere winkelcentra hebt. Het meervoud is regelmatig en eindigt op '-a'.

Bepaald (de)
Zonder lidwoord

Verkleinwoord

Het diminutief wordt zelden gebruikt, maar kan een gevoel van klein, gezellig of minder indrukwekkend uitdrukken. Vaak informeel.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • stadswinkelcentrum

    Een winkelcentrum in het centrum van een stad.

  • buitenwinkelcentrum

    Een winkelcentrum buiten het stadscentrum, vaak met veel parkeergelegenheid.

  • winkelcentrummanager

    De persoon die verantwoordelijk is voor het beheer van een winkelcentrum.

Veelgebruikte woordcombinaties

  • druk

    Gebruikt om aan te geven dat er veel mensen zijn in het winkelcentrum.

  • parkeren

    Vaak gebruikt om te praten over parkeermogelijkheden bij een winkelcentrum.

  • shoppen

    Een veelvoorkomende activiteit in een winkelcentrum.

  • openingstijden

    Vaak gevraagd om te weten wanneer het winkelcentrum open is.

Belangrijke opmerkingen

  • usage:'Winkelcentrum' is een samenstelling van 'winkel' en 'centrum'. Het is een countable noun, wat betekent dat je het in het enkelvoud en meervoud kunt gebruiken.
  • irregular:De meervoudsvorm 'winkelcentra' is regelmatig, maar let op dat het eindigt op '-a' in plaats van '-en'.
  • countability:'Winkelcentrum' is telbaar. Je kunt zeggen 'één winkelcentrum', 'twee winkelcentra', enzovoort.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.