NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Winkel(de)
    Zelfstandig naamwoordeen plaats om te kopen
  • 22Winkelen
    Werkwoordde actie van kopen

Bladeren

WoordenboekWoordenschatMijn woordenRecente woorden
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇳🇱
  • 11Winkel(de)
    Zelfstandig naamwoordeen plaats om te kopen
  • 22Winkelen
    Werkwoordde actie van kopen
  1. NEDERLANDS
  2. /Woordenboek
  3. /Winkelende
WoordenboekWinkelende

Winkelende

  • dewinkel

    Zelfstandig naamwoord

    een plaats om te kopen

    1. plek waar je spullen of eten kunt kopenDe winkel op de hoek sluit om zes uur.
    2. winkel die één bepaald soort producten verkooptEr opent volgende maand een nieuwe boekenwinkel in onze straat.
    3. verkleinwoord voor een kleine, vaak gezellige winkelDat winkeltje bij de kerk verkoopt alleen zelfgemaakte kaas.
  • winkelen

    Werkwoord

    de actie van kopen

    1. dingen kopen in winkels, vaak als vrijetijdsactiviteitWe winkelen zaterdag samen in Rotterdam.
    2. door winkels lopen om rond te kijken, zonder direct iets te kopenZullen we vanmiddag een beetje gaan winkelen?
    3. op het internet producten kopenTegenwoordig winkelen de meeste mensen 's avonds online.

Verwante woorden

gewinkeldwinkelwinkeldewinkeldenwinkelewinkelenwinkelendwinkelswinkeltwinkeltjewinkeltjes

Blijf leren

Meest voorkomende Nederlandse woordenOefenen