🇳🇱

Winter

deZelfstandig naamwoordA1

Enkelvoudsvormen

In het enkelvoud gebruik je 'de winter' voor een specifiek seizoen of 'winter' zonder lidwoord om het algemeen te benoemen.

Bepaald (de/het)
Onbepaald (een)
Zonder lidwoord

Meervoudsvormen

Het meervoud 'winters' wordt gebruikt als je over meerdere winterseizoenen spreekt.

Bepaald (de)
Zonder lidwoord

Verkleinwoord

wordt vaak informeel gebruikt om een korte of zachte winter aan te duiden

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • wintersport

    sportactiviteiten in de sneeuw, zoals skiën en snowboarden

  • winterjas

    een dikke jas die je draagt in de koude maanden

  • winterband

    speciale autoband voor gebruik op besneeuwde of natte wegen

  • wintertijd

    de tijd die geldt van eind oktober tot eind maart

Veelgebruikte woordcombinaties

  • strenge

    een winter met veel kou en vorst

  • zachte

    een winter zonder veel vorst of sneeuw

  • in de winter

    gedurende het winterseizoen

  • midden in de winter

    op het koudste moment van de winter

Belangrijke opmerkingen

  • usage:Zonder lidwoord wordt 'winter' vaak gebruikt om het huidige seizoen aan te duiden, bijvoorbeeld 'Het is winter.'
  • countability:Winter is telbaar: je kunt spreken over 'één winter' of 'meerdere winters'.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.