Woonboot
Enkelvoudsvormen
Het woord 'woonboot' wordt meestal in het enkelvoud gebruikt als je het over één boot hebt. Bijvoorbeeld: 'Ik zie een woonboot.'
- Bepaald (de/het)
- Onbepaald (een)
- Zonder lidwoord
Meervoudsvormen
Het meervoud van 'woonboot' is 'woonboten'. Bijvoorbeeld: 'Er liggen drie woonboten in de haven.'
- Bepaald (de)
- Zonder lidwoord
Verkleinwoord
Het woord 'woonbootje' geeft een gevoel van klein en knus, vaak gebruikt om iets lief of charmant te beschrijven.
informeel
Veelgebruikte samenstellingen
woonbootbewoner
iemand die op een woonboot woont
woonbootverhuur
het verhuren van woonboten
woonbootleven
het leven op een woonboot
Veelgebruikte woordcombinaties
aanmeren
'Aanmeren' betekent dat de boot vastgemaakt wordt aan de kant.
ligplaats
'Ligplaats' is de plek waar de boot ligt.
varen
'Varen' betekent dat de boot zich verplaatst op het water.
woonkamer
Veel woonboten hebben een woonkamer, net als een gewoon huis.
Belangrijke opmerkingen
- usage:'Woonboot' is een samenstelling van 'wonen' en 'boot'. Het betekent een boot die als huis wordt gebruikt.
- countability:'Woonboot' is telbaar. Je kunt dus zeggen 'één woonboot', 'twee woonboten', enzovoort.
- irregular:De meervoudsvorm van 'woonboot' is regelmatig: 'woonboten'. Er zijn geen onregelmatigheden.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.