NEDERLANDS
🇳🇱

Woonboot

deZelfstandig naamwoordA1

Enkelvoudsvormen

Het woord 'woonboot' wordt meestal in het enkelvoud gebruikt als je het over één boot hebt. Bijvoorbeeld: 'Ik zie een woonboot.'

Bepaald (de/het)
Onbepaald (een)
Zonder lidwoord

Meervoudsvormen

Het meervoud van 'woonboot' is 'woonboten'. Bijvoorbeeld: 'Er liggen drie woonboten in de haven.'

Bepaald (de)
Zonder lidwoord

Verkleinwoord

Het woord 'woonbootje' geeft een gevoel van klein en knus, vaak gebruikt om iets lief of charmant te beschrijven.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • woonbootbewoner

    iemand die op een woonboot woont

  • woonbootverhuur

    het verhuren van woonboten

  • woonbootleven

    het leven op een woonboot

Veelgebruikte woordcombinaties

  • aanmeren

    'Aanmeren' betekent dat de boot vastgemaakt wordt aan de kant.

  • ligplaats

    'Ligplaats' is de plek waar de boot ligt.

  • varen

    'Varen' betekent dat de boot zich verplaatst op het water.

  • woonkamer

    Veel woonboten hebben een woonkamer, net als een gewoon huis.

Belangrijke opmerkingen

  • usage:'Woonboot' is een samenstelling van 'wonen' en 'boot'. Het betekent een boot die als huis wordt gebruikt.
  • countability:'Woonboot' is telbaar. Je kunt dus zeggen 'één woonboot', 'twee woonboten', enzovoort.
  • irregular:De meervoudsvorm van 'woonboot' is regelmatig: 'woonboten'. Er zijn geen onregelmatigheden.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.