Wortelen
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'wortelen' betekent letterlijk dat een plant wortels ontwikkelt, maar het kan ook figuurlijk gebruikt worden om aan te geven dat iets of iemand ergens stevig verankerd raakt.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, wij / we, jullie
hij, zij / ze, het
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Ik wortel de nieuwe planten in de tuin.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
De planten hebben goed geworteld.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Wortel de stekjes in water voordat je ze in de grond zet.
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Als de plant wortele in deze grond, zou hij beter groeien.
onvoltooid tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.