Zaaien
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'zaaien' wordt vaak gebruikt in de context van tuinieren, landbouw of metaforisch voor het planten van ideeën of gevoelens.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, wij / we, jullie
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik zaai elke lente nieuwe bloemen in mijn tuin.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft gisteren al het graan gezaaid.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zaai jij de zaden vandaag?
tegenwoordige tijd, vragende wijs
Als ik meer tijd had, zou ik meer groenten zaaien.
onvoltooid verleden toekomende tijd, voorwaardelijke wijs
Het is belangrijk dat je de zaden op tijd zaait.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.