Zakdoek
Enkelvoudsvormen
Het woord 'zakdoek' wordt meestal in het enkelvoud gebruikt als je het over één exemplaar hebt. Bijvoorbeeld: 'Ik heb een zakdoek nodig.'
- Bepaald (de/het)
- Onbepaald (een)
- Zonder lidwoord
Meervoudsvormen
In het meervoud gebruik je 'zakdoeken' als je het over meerdere zakdoeken hebt. Bijvoorbeeld: 'Ik heb drie zakdoeken in mijn tas.'
- Bepaald (de)
- Zonder lidwoord
Verkleinwoord
Het zakdoekje wordt vaak gebruikt om iets kleiner of schattiger aan te duiden, of in informele contexten. Het kan ook een vriendelijkere of zachtere indruk geven.
informeel
Veelgebruikte samenstellingen
papieren zakdoek
een wegwerpzakdoek gemaakt van papier
stoffen zakdoek
een zakdoek gemaakt van stof, die je kunt wassen en hergebruiken
zakdoekendoos
een doos waarin zakdoeken bewaard worden
Veelgebruikte woordcombinaties
neus snuiten
Een zakdoek wordt vaak gebruikt om je neus te snuiten, vooral als je verkouden bent.
tranen drogen
Een zakdoek of zakdoekje wordt gebruikt om tranen weg te vegen.
in je zak stoppen
Een zakdoek wordt vaak in een broekzak of jaszak bewaard.
Belangrijke opmerkingen
- usage:Een zakdoek wordt vaak geassocieerd met verkoudheid, huilen of zweet afvegen. Het is een alledaags voorwerp dat iedereen wel eens gebruikt.
- countability:'Zakdoek' is een telbaar zelfstandig naamwoord. Je kunt dus zeggen: 'één zakdoek', 'twee zakdoeken', enzovoort.
- register:Het verkleinwoord 'zakdoekje' wordt vaak gebruikt in informele of vriendelijke contexten. Bijvoorbeeld: 'Hier, neem een zakdoekje.'
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.