NEDERLANDS
🇳🇱

Zakendoen

WerkwoordB2

Hulpwerkwoord

hebben

samengesteld werkwoord (scheidbaar: zaken doen)

Het werkwoord 'zakendoen' wordt vaak gebruikt in formele of zakelijke contexten om commerciële activiteiten of transacties aan te duiden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

  • ik

  • hij, zij / ze, het

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

  • wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • Ik doe al tien jaar zaken met dit bedrijf.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij deden vorig jaar zaken in Azië.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • We hebben altijd eerlijk zakengedaan.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Doe jij ook zaken met buitenlandse partners?

    tegenwoordige tijd, vragende wijs

  • Het is belangrijk dat je verstandig zakendoet.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.