Zakken
Hulpwerkwoord
hebben of zijn (afhankelijk van de context: 'hebben' voor transitief gebruik, 'zijn' voor intransitief gebruik)
zwak werkwoord (regelmatig)
'Zakken' kan zowel letterlijk (fysiek dalen) als figuurlijk (falen, bijvoorbeeld voor een examen) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik zak altijd door mijn stoel als ik te hard ga zitten.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij is gezakt voor zijn examen omdat hij niet genoeg had gestudeerd.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij zakten door de modder tijdens hun wandeling.
verleden tijd, aantonende wijs
Zak niet door je knieën als je staat!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
De zakkende temperatuur maakt het buiten onaangenaam.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.