🇳🇱
Bijvoeglijk naamwoordA2

Attributieve vormen

Als je zegt 'de zelfstandige werknemer' of 'een zelfstandige onderneming', gebruik je 'zelfstandige' vóór het zelfstandig naamwoord.

Met bepaald lidwoord
de zelfstandige
"De zelfstandige werknemer werkt vaak thuis."
Met onbepaald lidwoord
een zelfstandige
"Een zelfstandige kan zijn eigen uren bepalen."
Zonder lidwoord
zelfstandig
"Zelfstandig zijn is belangrijk voor veel mensen."

Predicatieve vorm

Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'zelfstandig': Hij is zelfstandig.

zelfstandig
"Hij is zelfstandig en kan goed voor zichzelf zorgen."

Vergrotende trap

Je gebruikt 'zelfstandiger' als je twee dingen of mensen vergelijkt. Bijvoorbeeld: 'Zij is zelfstandiger dan hij.'

Grondvorm
zelfstandiger
"Zij is zelfstandiger dan haar zus."
Met "dan"
zelfstandiger
"Hij is zelfstandiger dan zij."

Overtreffende trap

Bij de superlative gebruik je 'de zelfstandigste' om het hoogste niveau aan te geven. Bijvoorbeeld: 'Hij is de zelfstandigste in zijn klas.'

Attributief
de zelfstandigste
"Hij is de zelfstandigste van ons team."
Predicatief
zelfstandigst
"Jij bent het zelfstandigst van allemaal."

Belangrijke opmerkingen

  • usage:'Zelfstandig' wordt vaak gebruikt voor mensen die zelfstandig kunnen leven of werken.
  • irregular:In de vergrotende trap is 'zelfstandig' iets anders dan de meeste bijvoeglijke naamwoorden omdat het ook soms in dezelfde vorm kan komen voor vrouwelijke woorden.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.