Zetelen
Hulpwerkwoord
hebben
onovergankelijk werkwoord (formeel taalgebruik, vaak in politieke of bestuurlijke context)
Het werkwoord 'zetelen' wordt voornamelijk gebruikt in formele contexten, zoals politiek, bestuur of officiële organen, om aan te geven dat iemand een zetel of positie inneemt.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Voorbeelden
De burgemeester zetelt al tien jaar in de gemeenteraad.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Vroeger zetelde mijn vader in het parlement.
verleden tijd, aantonende wijs
Hij heeft jarenlang in de senaat gezeteld voordat hij met pensioen ging.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zetel jij ook in een commissie?
tegenwoordige tijd, vragende wijs
Als je in de raad wilt zetelen, moet je je eerst verkiesbaar stellen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.