NEDERLANDS
🇳🇱

Hulpwerkwoord

hebben

onovergankelijk werkwoord (formeel taalgebruik, vaak in politieke of bestuurlijke context)

Het werkwoord 'zetelen' wordt voornamelijk gebruikt in formele contexten, zoals politiek, bestuur of officiële organen, om aan te geven dat iemand een zetel of positie inneemt.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Voorbeelden

  • De burgemeester zetelt al tien jaar in de gemeenteraad.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Vroeger zetelde mijn vader in het parlement.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft jarenlang in de senaat gezeteld voordat hij met pensioen ging.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zetel jij ook in een commissie?

    tegenwoordige tijd, vragende wijs

  • Als je in de raad wilt zetelen, moet je je eerst verkiesbaar stellen.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.