Zomer
Enkelvoudsvormen
'Zomer' is een mannelijk de-woord. Je zegt dus 'de zomer' of 'een zomer', nooit 'het zomer'.
- Bepaald (de/het)
- Onbepaald (een)
- Zonder lidwoord
Meervoudsvormen
Het meervoud is 'zomers' — je zet simpelweg een 's' achter de enkelvoudsvorm, zonder extra letter.
- Bepaald (de)
- Zonder lidwoord
Verkleinwoord
verwijst vaak naar een korte, onverwachte warme periode; klinkt speels en soms een beetje ironisch
informeel
Veelgebruikte samenstellingen
zomervakantie
de lange schoolvakantie in de zomer
zomerdag
een dag waarop het officieel boven de 25 graden wordt
hoogzomer
het midden van de zomer, ruwweg juli en begin augustus
nazomer
de laatste warme periode aan het einde van de zomer, in september
Veelgebruikte woordcombinaties
warm / heet
'warm' en 'heet' zijn verreweg de meest gebruikte bijvoeglijke naamwoorden bij 'zomer'.
vorige / volgende / deze
Na 'vorige', 'volgende' of 'deze' laat je het lidwoord 'de' weg.
hartje
'hartje zomer' is een vaste uitdrukking voor 'midden in de zomer'; je gebruikt 'hartje' alleen met een paar woorden (hartje winter, hartje nacht).
Belangrijke opmerkingen
- usage:Gebruik 'in de zomer' als je het jaargetijde in het algemeen bedoelt. Voor één specifieke zomer zeg je 'vorige zomer', 'deze zomer' of 'volgende zomer' — zonder 'de'.
- countability:Zomer is telbaar als je over verschillende jaren spreekt: 'Dit is al mijn derde zomer in Amsterdam.' Als algemeen jaargetijde gebruik je geen meervoud.
- register:De verkleinvorm 'zomertje' hoor je vooral in informele spreektaal en verwijst meestal naar een korte warme periode buiten het hoogseizoen.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.