Zonnig
Attributieve vormen
Als je 'zonnig' voor een zelfstandig naamwoord gebruikt, zeg je meestal 'zonnige'. Bijvoorbeeld: 'de zonnige hemel' of 'een zonnige dag'. Bij onzijdige woorden met een onbepaald lidwoord gebruik je soms 'zonnig', zoals in 'een zonnig plekje'.
- Met bepaald lidwoord
- Met onbepaald lidwoord
- Zonder lidwoord
Predicatieve vorm
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'zonnig'. Bijvoorbeeld: 'Het weer is zonnig' of 'Het wordt zonnig'.
Vergrotende trap
Als je wilt zeggen dat iets meer zonnig is dan iets anders, gebruik je 'zonniger'. Bijvoorbeeld: 'Deze week is zonniger dan vorige week'. Je kunt ook 'dan' gebruiken: 'Het is hier zonniger dan in België'.
- Grondvorm
- Met "dan"
Overtreffende trap
Voor het hoogste niveau van zonnigheid gebruik je 'zonnigst' of 'zonnigste'. Na 'het' of 'de' gebruik je 'zonnigste': 'de zonnigste dag'. Na 'het is' gebruik je 'zonnigst': 'Het is vandaag het zonnigst'.
- Attributief
- Predicatief
Belangrijke opmerkingen
- usage:Het bijvoeglijk naamwoord 'zonnig' verandert niet in de onzijdige vorm met een onbepaald lidwoord (een zonnig dagje).
- spelling:In de vergrotende en overtreffende trap eindigt het woord op '-er' en '-st', maar de basisvorm blijft herkenbaar.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.