Zout
deBijvoeglijk naamwoordB1
Attributieve vormen
Als je zegt 'de zoute soep' of 'een zoute snack', gebruik je 'zoute' voor het zelfstandig naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- Met onbepaald lidwoord
- Zonder lidwoord
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'zout': De soep is zout.
Vergrotende trap
Voor de vergrotende trap gebruik je 'zouter': De chips zijn zouter dan de crackers.
- Grondvorm
- Met "dan"
Overtreffende trap
De overtreffende trap is 'zoutste': Dit is de zoutste soep die ik ooit heb gegeten.
- Attributief
- Predicatief
Belangrijke opmerkingen
- usage:Het woord 'zout' kan zowel voor als na een werkwoord geplaatst worden.
- spelling:Let op dat je 'zout' en 'zouter' correct schrijft.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.