Zuchten
Hulpwerkwoord
hebben
onovergankelijk werkwoord (intransitive verb)
Het werkwoord 'zuchten' drukt vaak frustratie, vermoeidheid, opluchting of teleurstelling uit.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik zucht elke keer als ik mijn agenda zie.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij zuchtte toen ze het antwoord niet wist.
verleden tijd, aantonende wijs
Hij heeft de hele dag gezucht.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zuchtend liep hij de kamer uit.
tegenwoordige tijd, tegenwoordig deelwoord
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.