Zuur
Bijvoeglijk naamwoordA2
Attributieve vormen
Als je zegt 'de zure appel' of 'een zure citroen', gebruik je 'zure' vóór het zelfstandig naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- Met onbepaald lidwoord
- Zonder lidwoord
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'zuur': De limoen is zuur.
Vergrotende trap
Als je vergelijkt, gebruik je 'zuurder': Deze is zuurder dan die.
- Grondvorm
- Met "dan"
Overtreffende trap
Om het hoogst te zeggen, gebruik je 'zuurst': Dit drankje is het zuurste.
- Attributief
- Predicatief
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.