🇳🇱

Zuur

Bijvoeglijk naamwoordA2

Attributieve vormen

Als je zegt 'de zure appel' of 'een zure citroen', gebruik je 'zure' vóór het zelfstandig naamwoord.

Met bepaald lidwoord
Met onbepaald lidwoord
Zonder lidwoord

Predicatieve vorm

Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'zuur': De limoen is zuur.

Vergrotende trap

Als je vergelijkt, gebruik je 'zuurder': Deze is zuurder dan die.

Grondvorm
Met "dan"

Overtreffende trap

Om het hoogst te zeggen, gebruik je 'zuurst': Dit drankje is het zuurste.

Attributief
Predicatief

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.