Zuur
Bijvoeglijk naamwoord
Attributieve vormen
Als je zegt 'de zure appel' of 'een zure citroen', gebruik je 'zure' vóór het zelfstandig naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- Met onbepaald lidwoord
- Zonder lidwoord
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'zuur': De limoen is zuur.
Vergrotende trap
Als je vergelijkt, gebruik je 'zuurder': Deze is zuurder dan die.
- Grondvorm
- Met "dan"
Overtreffende trap
Om het hoogst te zeggen, gebruik je 'zuurst': Dit drankje is het zuurste.
- Attributief
- Predicatief
Blijf leren
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.