Zwaar
Attributieve vormen
Als je 'zwaar' voor een zelfstandig naamwoord zet, gebruik je meestal 'zware'. Bijvoorbeeld: 'de zware stoel' of 'een zware tas'. In sommige uitdrukkingen, zoals 'iets zwaars', gebruik je 'zwaars'.
- Met bepaald lidwoord
- Met onbepaald lidwoord
- Zonder lidwoord
Predicatieve vorm
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'zwaar'. Bijvoorbeeld: 'De tas is zwaar' of 'Het wordt zwaar'.
Vergrotende trap
Als je twee dingen met elkaar vergelijkt, gebruik je 'zwaarder'. Bijvoorbeeld: 'Deze doos is zwaarder dan die doos'. Je zegt ook 'zwaarder dan' om het verschil aan te geven.
- Grondvorm
- Met "dan"
Overtreffende trap
Als je wilt zeggen dat iets het meest is van alles, gebruik je 'zwaarst' of 'zwaarste'. Bijvoorbeeld: 'Dit is de zwaarste tas' (voor een zelfstandig naamwoord) of 'Dit is het zwaarst' (na een werkwoord).
- Attributief
- Predicatief
Belangrijke opmerkingen
- usage:'Zwaars' gebruik je alleen in sommige vaste uitdrukkingen, zoals 'iets zwaars' of 'niets zwaars'. In de meeste gevallen gebruik je 'zwaar' of 'zware'.
- spelling:In de vergrotende en overtreffende trap komt er een 'd' bij: 'zwaarder' en 'zwaarst'. Let op de spelling met 'aa' en 'w'.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.