🇳🇱

Zwaar

Bijvoeglijk naamwoordA1

Attributieve vormen

Als je 'zwaar' vóór een zelfstandig naamwoord gebruikt, zeg je meestal 'zware'. Bijvoorbeeld: 'een zware tas' of 'de zware deur'. 'Zwaar' gebruik je zonder zelfstandig naamwoord, zoals in 'iets zwaars'.

Met bepaald lidwoord
Met onbepaald lidwoord
Zonder lidwoord

Predicatieve vorm

Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'zwaar'. Bijvoorbeeld: 'De tas is zwaar' of 'Het wordt zwaar'.

Vergrotende trap

Om te zeggen dat iets meer is dan iets anders, gebruik je 'zwaarder'. Bijvoorbeeld: 'Deze steen is zwaarder dan die steen'. Je kunt ook 'zwaarder dan' gebruiken om een vergelijking te maken.

Grondvorm
Met "dan"

Overtreffende trap

Om te zeggen dat iets het meest is van alles, gebruik je 'zwaarst' of 'zwaarste'. 'Zwaarst' gebruik je na 'het' of als het zelfstandig is: 'Dit is het zwaarst'. 'Zwaarste' gebruik je vóór een zelfstandig naamwoord: 'de zwaarste last'.

Attributief
Predicatief

Belangrijke opmerkingen

  • usage:'Zwaars' wordt soms informeel gebruikt, vooral in gesproken Nederlands, maar 'zwaar' is de standaardvorm in de stellende trap.
  • spelling:In de vergrotende en overtreffende trap verandert de 'a' in 'zwaar' naar een 'aa': zwaarder, zwaarst.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.