Zweren
Hulpwerkwoord
hebben
onregelmatig werkwoord (sterk en zwak)
'Zweren' kan zowel letterlijk (een eed afleggen) als figuurlijk (met grote zekerheid beweren) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik zweer dat ik het niet gedaan heb.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij heeft gezworen nooit meer te roken.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zweer je dat je de waarheid spreekt?
tegenwoordige tijd, vragende wijs
Hij zwoor wraak te nemen na het onrecht dat hem was aangedaan.
verleden tijd, aantonende wijs
Zweer op je leven dat je niets zult zeggen!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.