Zwijgen
Hulpwerkwoord
hebben
onregelmatig werkwoord
Het werkwoord 'zwijgen' betekent niet alleen 'niet praten', maar kan ook impliceren dat iemand iets verbergt of niet wil delen.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik zwijg omdat ik het niet eens ben met jullie.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij heeft de hele avond gezwegen.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zwijg alsjeblieft, ik probeer me te concentreren!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Hij zweeg toen hij het slechte nieuws hoorde.
verleden tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.