Woordenlijst

De meest voorkomende Nederlandse woorden, gerangschikt op hoe vaak ze in de dagelijkse taal voorkomen. Gebaseerd op het SUBTLEX-NL corpus β€” 44 miljoen woorden uit Nederlandse film- en televisieondertitels.

151–200 van 791 woorden

Top 500 β€” essentiΓ«le alledaagse woorden
151samenn. β€” afkomstig van generatie
152vandaagadv. β€” deze dag
153halenn. β€” afkomstig van ergens
154buitenn. β€” buiten mens of vrouw
155eerstadv. β€” in het begin
156eigenv. β€” tot je eigen maken
157rustigadj. β€” kalm en stil
158horenn. β€” an ear
159somsadv. β€” op bepaalde momenten
160uurn. β€” tijdseenheid zestig minuten
161zoonn. β€” kind van ouders
162probleemn. β€” lastige situatie
163openv. β€” iets toegankelijk maken
164bijnaadv. β€” niet helemaal
165kindn. β€” jong persoon
166geledenn. β€” ervaring van pijn
167henn. β€” naam van de Huns
168pasn. β€” politieke partij
169preciesinterj. β€” bevestigend antwoord
170wachtenn. β€” wachttijd periode
171pakv. β€” vastpakken of leren
172eigenlijkadj. β€” in werkelijkheid
173werkenn. β€” activiteit of taak
174bestn. β€” bezit of voorwerp
175daaromadv. β€” om die reden
176familien. β€” een groep mensen
177vroegv. β€” stellen van vragen
178eruitadv. β€” uit de situatie
179hoeveelpron. β€” onbepaald nummer
180dingv. β€” meervoud van ding
181vijfn. β€” nummer vijf
182sprekenv. β€” met iemand praten
183blijadj. β€” gelukkig of vrolijk
184lekkeradj. β€” smaakt goed
185kamerv. β€” act of kameren
186hoofdn. β€” bovenste deel lichaam
187stadn. β€” stedelijke plaats
188slechtadv. β€” alleen maar
189ergensadv. β€” op een plaats
190brengenv. β€” iets overdragen aan iemand
191spelenv. β€” een tijdverdrijf
192deurn. β€” toegang tot ruimte
193schoolv. β€” gaan naar scholen
194broern. β€” manlijke sibling
195waterv. β€” iets met water
196dokterv. β€” handelen als arts
197landv. β€” meervoud van land
198viern. β€” onderdeel van iets
199bedn. β€” meubel om op te slapen
200hulpn. β€” ondersteuning geven