Woordenlijst

De meest voorkomende Nederlandse woorden, gerangschikt op hoe vaak ze in de dagelijkse taal voorkomen. Gebaseerd op het SUBTLEX-NL corpus β€” 44 miljoen woorden uit Nederlandse film- en televisieondertitels.

351–400 van 807 woorden

Top 5.000 β€” brede woordenschat
351namelijkadv. β€” namelijk of te weten
352sprongn. β€” lente seizoen
353bleekadj. β€” kleur zonder tint
354verslagn. β€” schriftelijk rapport
355jachtv. β€” meervoud van jacht
356popn. β€” popmuziek artiest
357geliefdeadj. β€” geliefd zijn
358houtn. β€” materiaal of boom
359maagn. β€” uitdrukking bij angst
360veranderingn. β€” wijziging van iets
361geurv. β€” meervoud van geur
362vrijenv. β€” seksualiteit zonder verplichtingen
363merkenv. β€” waarnemen of in acht nemen
364wijzenv. β€” aanwijzen of tonen
365staln. β€” een opname met peilen
366storenv. β€” verstoren van rust
367kankerinterj. β€” scheldwoord
368rondev. β€” rond maken of zijn
369suikerv. β€” suiker toevoegen
370penv. β€” werkwoord pennen
371winstn. β€” geld dat je verdient
372slangn. β€” een groep slangen
373schilderijn. β€” kunstwork op doek
374flauwadj. β€” saai en oninteressant
375liedn. β€” muzikaal werk
376voern. β€” voedsel voor dieren
377invloedn. β€” invloed hebben
378spannendv. β€” doen oprekken of trekken
379snijdenv. β€” iets in stukken maken
380nieuwsgierigadj. β€” willig om te leren
381uitzienv. β€” eruit zien
382seizoenn. β€” periode van het jaar
383geschiktv. β€” iets in orde maken
384proefn. β€” oude Engelse proef
385haln. β€” open ruimte
386bepalenpron. β€” onbepaald iets
387zenuwachtigadj. β€” onjuldig of nerveus
388feestenv. β€” vieren of plezier maken
389verdwijnv. β€” weggaan uit zicht
390tekstn. β€” geschreven of gesproken woorden
391geboorten. β€” begin van leven
392koudeadj. β€” laag temperatuur
393aanpakkenv. β€” iets aanpakken
394klagenv. β€” klagen over problemen
395bibliotheekn. β€” gebouw voor boeken
396graafn. β€” diep gat of holte
397belovenv. β€” iets toezeggen
398torenv. β€” opgericht structuren
399merkv. β€” waarnemen of in acht nemen
400opruimenv. β€” rommel wegdoen