NEDERLANDS
🇬🇧

Woordenlijst

The most common Dutch words, ranked by how often they appear in everyday language. Based on the SUBTLEX-NL corpus — 44 million words of Dutch film and television subtitles.

2251–2300 of 4783 words

Common words
2253stadhuisn.overheidsgebouw in stad
2254region.gebied of omgeving
2256gluren
2257schepv.maken of creëren
2258portie
2259snee
2260mantel
2266rammelv.honger hebben
2271vaas
2273mengen
2276schijf
2278molenn.klein knaagdier
2280schandaligadj.erg fout
2281zorgvuldigadj.met veel aandacht
2282daaronderadv.onder dat ding
2283aankunnenv.iets kunnen verwerken
2284medewerkern.werkzaam persoon
2285stropdasn.kledingstuk om nek
2286wippenv.op en neer bewegen
2287kapotmakenv.iets beschadigen of breken
2288mutsn.oude straf in leger
2289waarnaaradv.richting aangeven vraag
2290onbeschoftadj.zonder manieren
2291apotheekn.plek voor medicijnen
2292fluisterenv.zacht spreken
2293vooroveradv.naar voren gebogen
2294vervenv.kleur aanbrengen
2295balien.aanmeldplaats voor klanten
2296afwezigadj.niet aanwezig
2297schepseln.levend wezen gemaakt
2298afhalenv.iets ophalen of meenemen
2299hokv.samenklitten in groep
2300optillenv.iets omhoog doen