NEDERLANDS
🇬🇧

Woordenlijst

The most common Dutch words, ranked by how often they appear in everyday language. Based on the SUBTLEX-NL corpus — 44 million words of Dutch film and television subtitles.

2701–2750 of 4783 words

Common words
2702topper
2704opwindenv.veroorzaken van spanning
2705hijsenv.iets omhoog trekken
2707valk
2708opslaanv.gegevens bewaren
2710zonnenv.zelfstandige naamwoorden in zinnen
2711jeukv.huid krabben
2712bezettingn.militaire controle
2713mank
2716kruk
2719bereikbaaradj.mogelijk te bereiken
2720flora
2721mier
2722roddelv.slecht praten over anderen
2723rover
2726leunen
2727entree
2728bat
2729galg
2731wegjagenv.iemand verjagen
2732binnenstadn.centrum van stad
2733aarzelenv.twijfelen voor handelen
2734lunchpauzen.middag rusttijd
2735pompoenn.grote oranje groente
2736sponsv.schoonmaken met spons
2737spoorlijnn.treinrails en infrastructuur
2738tegensprekenv.anders beweren dan ander
2739vruchtbaaradj.goed groeiend land
2740vuilnisbeltn.plaats voor afval
2741dovenn.persoon zonder gehoor
2742sollicitatien.aanvraag voor baan
2743landhuisn.groot woonhuis buitenstad
2744verhuizingn.verandering van woning
2745kijkern.voorwerp om mee te kijken
2746stofzuigerv.ruimte schoonmaken
2747bloeienv.groeien en bloeien
2748eruitzienv.uiterlijk hebben
2749inschakelenv.aan zetten gebruiken
2750kleinigheidn.onbelangrijk dingetje