NEDERLANDS
🇬🇧

Woordenlijst

The most common Dutch words, ranked by how often they appear in everyday language. Based on the SUBTLEX-NL corpus — 44 million words of Dutch film and television subtitles.

151–200 of 3051 words

Common words
152verhoorv. — iemand vragen stellen
153roomn. — melk product
154objectn. — voorwerp of ding
155verleidingn. — aantrekkingskracht tot iets
157stakenn. — een soort steek
158verenv. — iets verbondig maken
160versteldv. — aanpassen of veranderen
162welnuinterj. — gebruikt om conclusie in te leiden
165uitbrengenv. — iets officieel publiceren
166therapeutn. — behandelend zorgverlener
167aanhoudenv. — niet stoppen
171toewijdingn. — sterke inzet of liefde voor iets
175hierbovenadv. — boven in de tekst of op
177volmaaktadj. — perfect zonder gebreken
178vretenn. — eten van dieren
179vrijlatingn. — het vrijlaten van iemand
180nonsensn. — onzin iets zonder zin of betekenis
181scheetv. — proces van ontlasten
183eistv. — verlangen stellen
184specialiteitn. — vakgebied of expertise
185begraafplaatsn. — plaats waar mensen begraven worden
186nieuwsgierigheidn. — de drang om iets te weten
187huisarrestn. — thuis moeten blijven als straf of
188duistern. — gebrek aan licht
189ontdekkingn. — het proces of resultaat van iets
190infectien. — besmetting door ziekteverwekkers
191metalenn. — soort muziekstijl
192muntenv. — zich onderscheiden
193orderv. — bestellen van goederen
194stuntn. — spectaculair kunstje opvallende actie om aandacht
196schaarv. — omringen of omsingelen
197voorwaardelijkadj. — afhankelijk van een voorwaarde niet absoluut