NEDERLANDS
🇬🇧

Woordenlijst

The most common Dutch words, ranked by how often they appear in everyday language. Based on the SUBTLEX-NL corpus — 44 million words of Dutch film and television subtitles.

201–250 of 3051 words

Common words
202lijfwachtn. — persoon
203afgelegenv. — verder weg liggen
204gezegden. — vaste uitdrukking
205hysterischadj. — overdreven emotioneel
206hebzuchtn. — sterke wens bezit
208intensadj. — heel sterk of hevig
209gastvrijheidn. — vriendelijk ontvangst van gasten
213ingenieurn. — technisch beroep
214tienduizendn. — het getal 10 000
215afleverenv. — iets bezorgen brengen
216mediumn. — communicatiemiddel of tussenstof
218berouwn. — gevoel van spijt
220reserven. — terughoudend persoon
221betredenv. — ergens naar binnen gaan
222nazi
223prostitueen. — betaalde seksuele dienstverlener
224besprekingn. — gesprek recensie
225jattenn. — kop
226desnoodsadv. — als het moet
227uitproberenv. — iets testen proberen
228breukn. — wiskundige deling getal
229daartoeadv. — voor dat doel
230geleerdev. — kennis overdragen
231genetischadj. — met betrekking tot genen
233minan. — islamitische sluier
234deelsadv. — voor een deel
235overlevendev. — blijven leven
236psychologien. — wetenschap van gedrag
237omgekeerdadj. — andersom omgedraaid
238investerenv. — geld uitgeven voor winst
239vernederingn. — gevoel van schaamte
240interviewenv. — vragen stellen aan iemand
241harmonien. — muziekvereniging
243zuidn. — geografische naam
244verspillingn. — onnodig gebruik of verlies van iets
245miljonairn. — iemand met een vermogen van minstens
246confrontatien. — botsing het moeilijk onder ogen zien
247riooln. — afvoer voor vuil water
248wederzijdsadj. — van beide kanten
249zuiverenv. — iets schoon maken
250gamen. — computerspel onderdeel van een wedstrijd