Woordenlijst
The most common Dutch words, ranked by how often they appear in everyday language. Based on the SUBTLEX-NL corpus — 44 million words of Dutch film and television subtitles.
2201–2250 of 3051 words
Less common words
2201bagatel
2202baggeren
2203arbeidskracht
2204archiefmateriaal
2205antiekmarkt
2206appelleren
2207ambtelijk
2208amuzikaal
2210aanblazen
2211zotheid
2212zestienjarig
2214gereformeerd
2215windenergie
2216wereldtaal
2217werksituatie
2218weerbaar
2219waarheidsgehalte
2220vrijhandel
2221vuilspuiter
2222vogelpik
2223volladen
2224verzeilen
2225verbeuren
2226veredelen
2227vakantieparadijs
2228uitsteeksel
2229lenerspas
2231legkip
2233leesbevordering
2234leertempo
2235leermiddel
2236leengelden
2237leegloop
2239leefplek
2241leefgewoonte
2242laptoptassen
2243landstaal
2245landschapsbeheer
2246landbouwgebied
2247lakleer
2248lacune
2249laatstgenoten
2250laatstgenoemd