NEDERLANDS
🇬🇧

Woordenlijst

The most common Dutch words, ranked by how often they appear in everyday language. Based on the SUBTLEX-NL corpus — 44 million words of Dutch film and television subtitles.

6101–6150 of 89581 words

Common words
6101februariA2n.tweede maand van het jaar
6102hierzo
6104dalenA2v.naar beneden gaan
6106gastvrijheidB2n.vriendelijk ontvangst van gasten
6107ellendigA2adj.zeer slecht of armzalig
6108edeleA2n.persoon van adel
6109degelijkB1
6110weggestuurdv.iemand laten vertrekken
6111vrouwelijkA2adj.betrekking tot vrouwen
6112treftv.bereiken of opzoeken
6114luchtjev.frisse lucht geven
6116alert
6117afstandsbedieningA2n.apparaat om iets op afstand te
6118metenB1
6119vorenA2n.een voorkant
6122toilettenn.plaats om te toiletteren
6123toegewijdv.iets aan iemand geven
6124strepenA2v.lijnen maken
6125slaagtv.slaag halen of doen
6130moedigeadj.dapper en onbevreesd
6131maatregelenn.officiële handeling
6133blaastB1
6134aanzoekB1v.verzoek doen
6135duiktv.onder water gaan
6136kapotteadj.niet meer heel
6137evacuerenB2
6138dagelijkseadj.elke dag
6139intelligenteadj.slim en verstandig
6140helikoptersv.met helikopter vervoeren
6143verspildv.onverstandig gebruiken
6145stevigeadj.sterk en stevig
6146rammenA2n.sterrenbeeld
6147scoortv.punten behalen
6148opvoedenA2v.kinderen grootbrengen
6149ontwijkenA2v.uit de weg gaan
6150latijn