Woordenlijst

Die häufigsten niederländischen Wörter, sortiert nach ihrem Vorkommen in der Alltagssprache. Basierend auf dem SUBTLEX-NL-Korpus — 44 Millionen Wörter aus niederländischen Film- und Fernsehuntertiteln.

5101–5150 von 89581 Wörtern

Häufige Wörter
5101rukkenA2
5104oordelenB1v.iemand beoordelen
5105gebodenv.geven iets
5106wormenn.langwerpig dier
5107weggooienB1
5108kastjen.kleine kast
5109jan
5110engerd
5111dok
5114gebiedenB2v.meerdere terreinen
5115voegenA2
5117verteldenv.verhaal delen
5119dienpron.aanwijzend voornaamwoord
5120roeienA2
5121ritueelB2
5122ringen
5125uitrustenA2
5126storingB1
5129verhoorB2
5130uitgeverB1
5132inzichtB1
5133hoera
5134hardopA2
5135dwing
5136briljanten.diamant vorm
5137actB1
5138toelatenA2
5139vosA2
5140villaA2n.grote woning
5141kassaA1n.plek om te betalen
5143groetA1v.een groet zeggen
5144green
5145kloptev.horen of klopt
5146grootseadj.belangrijk indrukwekkend
5147sneedv.iets in stukken maken
5148roomB2n.melk product