NEDERLANDS
🇩🇪

Woordenlijst

Die häufigsten niederländischen Wörter, sortiert nach ihrem Vorkommen in der Alltagssprache. Basierend auf dem SUBTLEX-NL-Korpus — 44 Millionen Wörter aus niederländischen Film- und Fernsehuntertiteln.

1951–2000 von 89581 Wörtern

Top 5.000 — umfassender Wortschatz
1951jongemanA2n.jonge volwassen man
1952rechtenn.rechte zijde of lijn
1953schrikkenA2v.plotseling bang worden
1954kelly
1957blijktadj.kleur zonder tint
1958zuidenA1n.windstreek zuid
1959orders
1960nogmaalsA2adv.nog een keer
1961lekkereadj.smaakt goed
1962slet
1963opgewondenv.veroorzaken van spanning
1964nB2newton symbool
1966aapA2n.afkorting voor AAP
1967verdienv.geld krijgen voor werk
1968medelijdenA2n.gevoel bij andermans verdriet
1970kiloA1n.kilogram weight unit
1971daarheenA2adv.naar die plaats
1972logischA2adj.vanzelfsprekend en helder
1973kaartjen.klein en ticket
1974voorlopigA2adj.tijdelijk of voorlopig
1975verdedigenA2v.beschermen tegen aanvallen
1976medischeadj.betreffende de geneeskunde
1977bovendienA2adv.ook en daarnaast
1978achterlatenA2v.ergens laten blijven
1980hangA2v.in de lucht vastzitten
1981besluitA2n.de beslissing
1982makkerA2n.vriend of kameraad
1983opzoekenA2v.informatie vinden
1985ontzettendA2adj.heel erg
1986radenA2n.raadgevend lichaam
1987zwijg
1988horlogeA1n.tijd apparaat
1989aanrakenA2v.gevoelens of dingen aanraken
1990verhuizenA1n.huis dat verhuisd wordt
1992wellichtB1adv.misschien of waarschijnlijk
1993normalen.normale toestand
1994adam
1995teltn.persoon of telfunctie
1996plichtA2n.verplichting of taak
1997dierA2pron.betrekkelijk voornaamwoord
1998toestandA2n.staat of situatie
1999gedagA2interj.woord om te groeten
2000voorstelB1v.introduceren tonen