Woordenlijst

Die häufigsten niederländischen Wörter, sortiert nach ihrem Vorkommen in der Alltagssprache. Basierend auf dem SUBTLEX-NL-Korpus — 44 Millionen Wörter aus niederländischen Film- und Fernsehuntertiteln.

251–300 von 89581 Wörtern

Top 500 — wichtige Alltagswörter
251zagv.iets waarnemen
252wanneerA1conj.als of op tijdstip
253autoA1v.beweging met auto
254ien.mannetjes bijen
256etenA1v.voedsel tot zich nemen
257vragenA1v.stellen van vragen
258gebeurdv.iets dat plaatsvindt
259zelfA1n.eigen persoon
260vraagA1v.stellen van vragen
261jongenA1n.jong dier
262paarA1v.verbinden samenvoegen
263kenv.weet wie iemand is
264deedn.acties of dagen
265kunn.vermogen of capaciteit
266oA2interj.uitroep van verbazing
267lijktv.dood gevonden worden
268verdommeB1v.iets vervloeken
269morgenA1interj.een aanroeping
270staanA1v.rechtop zijn
271zorgenA2v.iets waar je om geeft
272wantB2v.willen hebben
273nieuweadj.recent of modern
274gezegdn.gistel plant
275thuisA1n.eigen omgeving
276laatsten.een tijd of periode
277heenA2adv.richting aangeven
278geloofA2n.vertrouwen in persoon
279geweldigA2adj.fantastisch of geweldig
280wereldA2n.gebied ervaring
281nemenA1v.iets pakken of gebruiken
282haddenn.bezit of eigendom
283zelfsA2adv.ook of bovendien
284jongensn.jong dier
285meisjeA1interj.uitroep van verrassing
286mannenv.controleren of beheersen
287denkenA1v.over iets nadenken
288enigepron.een of ander
289vertelv.verhaal delen
290denktv.over iets nadenken
291krijgv.ontvangen of verkrijgen
292samenA1n.afkomstig van generatie
293vandaagA1adv.deze dag
294hoopA2v.opstapelen
295halenA1n.afkomstig van ergens
296buitenA1n.buiten mens of vrouw
297woun.de wens of behoefte
298eerstA1adv.in het begin
299eigenA1v.tot je eigen maken
300rustigA1adj.kalm en stil