NEDERLANDS
🇩🇪

Woordenlijst

Die häufigsten niederländischen Wörter, sortiert nach ihrem Vorkommen in der Alltagssprache. Basierend auf dem SUBTLEX-NL-Korpus — 44 Millionen Wörter aus niederländischen Film- und Fernsehuntertiteln.

3001–3050 von 89581 Wörtern

Top 5.000 — umfassender Wortschatz
3001uitzietv.eruit zien
3003versierenA2v.iemand verleiden
3004lenteA2n.het seizoen tussen winter en zomer
3005mietjen.zwak iemand
3006weggingv.vertrekken vertrekken
3007lady
3008nummersv.iets tellen
3009slagenA2v.slaag halen of doen
3010tipA1n.helpful advice
3011plekje
3013frisseadj.verfrissend gevoel
3014mekaarB1
3015weigerenA2v.niet toestaan of accepteren
3016gokn.voorafgaande keuze maken
3017veroorlovenB2v.to permit or allow
3018eiA1interj.uitroep of aanklacht
3019vochtA2n.vochtigheid
3020uitweg
3021schopn.kaartkleur klaveren
3022spanningA2n.gevoel van zenuwachtigheid of opwinding ook
3023eikelsn.fruit van de eik
3024drukkenA2n.spanning of kracht
3025brandtn.vuur dat schade veroorzaakt
3026beloofdev.iets toezeggen
3027motel
3028goedkoopA1adj.cheap inexpensive
3029huilv.tranen laten
3030zielenn.persoon aantal
3031oordeelB1v.iemand beoordelen
3032casinoB2
3033effectB1
3034pijnlijkB1
3035mazzel
3036bereikv.aankomen op bestemming
3037duikenA2v.onder water gaan
3038middelbareadj.middelbare school
3039kleintjen.klein kind
3040glazenB1n.drinkschaal of beker
3041soortenn.type of iets
3042bewijstv.aantonen of tonen
3043behoefteB1
3044kouA2n.lage temperatuur
3045herkentv.iemand iets weer zien
3046schoonmakenA1v.to clean
3047studieA2n.opleiding onderzoek het leren van lesstof
3048veldA2n.veldgeschut
3049schamenA2v.gevoel van schaamte
3050bijtenA2v.tanden gebruiken om iets te pakken