Woordenlijst

Die häufigsten niederländischen Wörter, sortiert nach ihrem Vorkommen in der Alltagssprache. Basierend auf dem SUBTLEX-NL-Korpus — 44 Millionen Wörter aus niederländischen Film- und Fernsehuntertiteln.

3151–3200 von 89581 Wörtern

Top 5.000 — umfassender Wortschatz
3151boeren
3152verkeerA2n.vervoer van mensen
3153omdraaienA2
3154hurenA1v.temporaire overeenkomst
3155haatte
3156zwartenv.zwart maken
3157wiet
3158tjaA2
3159geleidv.to guide or direct
3161klinkenA2v.zoals in muziek
3163reddev.hulp bieden aan
3164promotieB2
3165onderdeelB1
3166medicijnA2n.geneesmiddel of pillen
3168wreedB2
3170kosttev.meervoud van kost
3172hingv.in de lucht vastzitten
3174beschermv.iets of iemand verdedigen
3175revolverA2
3176leiddev.to guide or direct
3178penisn.mannelijk geslachtsorgaan
3179oudsten.iemand ouder
3180negerB2
3181alibi
3182plasticA2
3184winkelenA2v.de actie van kopen
3185trouwdeadj.getrouwd zijn
3186scriptB1
3187aangevenB1v.iets vertellen of tonen
3188beseftv.zich realiseren
3191demon
3192heldenv.schuin maken
3193meestenpron.overtreffende trap
3194mistev.vermist of niet aanwezig
3196gokkenA2n.voorafgaande keuze maken
3198willie
3199stedenn.stedelijke plaats
3200instappenA2