NEDERLANDS
🇩🇪

Woordenlijst

Die häufigsten niederländischen Wörter, sortiert nach ihrem Vorkommen in der Alltagssprache. Basierend auf dem SUBTLEX-NL-Korpus — 44 Millionen Wörter aus niederländischen Film- und Fernsehuntertiteln.

3201–3250 von 89581 Wörtern

Top 5.000 — umfassender Wortschatz
3201instappenA2
3202bevestigenB1v.iets vastmaken beamen
3203positiefA2
3205pissenv.plassen urineren
3207bozeadj.gevend aanvaring
3208gemene
3211apartA1adj.afzonderlijk of speciaal
3213knal
3214raketB1
3215pijpenA2
3216schemaA2
3217rockB1
3218misselijkB1adj.ziek gevoel
3219beroofdv.iets afnemen van iemand
3220koelkastA1n.kast die voedsel koelt
3221don
3222bevrijdv.vrij maken
3223koortsA1n.hoge lichaamstemperatuur
3224gelegenheidA2n.kans om iets te doen
3225boerA2
3227ritA2
3228passieB1
3229mijzelfA2pron.persoonlijk voornaamwoord eerste persoon
3230benieuwdA2v.iemand nieuwsgierig maken
3232loslatenB1v.niet meer vasthouden
3233voedenA2
3234vermogenB1v.de mogelijkheid om iets te krijgen
3235wennenA2n.afleiding van wen
3236vullenA1v.invullen of vullen
3237zoenenA2n.kus geven
3238uiterlijkB1
3239gedichtA2n.poëzie of vers
3240ellen
3241relatiesn.verband tussen zaken
3242bedragA2
3243purev.etmaal seizoen brengen
3244leeuwA2n.de sterrenbeelden
3245serieA2n.reeks van dingen
3247uitgangA2n.de plek om uit te gaan
3248zwakke
3249tempelA2
3250bewakingB2