Woordenlijst

Die häufigsten niederländischen Wörter, sortiert nach ihrem Vorkommen in der Alltagssprache. Basierend auf dem SUBTLEX-NL-Korpus — 44 Millionen Wörter aus niederländischen Film- und Fernsehuntertiteln.

3351–3400 von 89581 Wörtern

Top 5.000 — umfassender Wortschatz
3351luisterdev.aandacht geven aan geluid
3353regentB1
3354periodeA2
3356gebedenn.plaats om te wassen
3357dadelijkB1
3359lampA2n.lichtbron voor kamer
3360klotenn.mannelijk lichaamsdeel
3362nutA2
3363make-upB2
3364inzettenA2v.iets in werking stellen
3365voorzienB1
3366stressA1n.gespannen gevoel door druk
3369veertienA1num.het getal veertien
3370symboolA2
3373datumA1n.tijdstip van gebeurtenis
3374commissieB1n.groep mensen taak
3375kooiA2
3377handigA2
3378smeer
3379pijpA2
3380schrikA2v.plotseling bang worden
3381opsluitenA2
3383circusA2n.vermaak met dieren
3384blevenn.de staat van zijn
3386beantwoordv.iemand helpen met vraag
3387afsprekenA2n.een bepaalde afspraak
3388kwetsenB1
3389sukkelsv.moeizaam doen
3390afsluitenA2
3392zinloosA2
3393vielenv.neer komen vallen
3394draaiden.de actie van draaien
3396begaanA1v.iets verkeerds doen
3397vrouwtjen.een volwassen vrouwelijke persoon
3398mammaB2
3400tonA2