NEDERLANDS
🇩🇪

Woordenlijst

Die häufigsten niederländischen Wörter, sortiert nach ihrem Vorkommen in der Alltagssprache. Basierend auf dem SUBTLEX-NL-Korpus — 44 Millionen Wörter aus niederländischen Film- und Fernsehuntertiteln.

3401–3450 von 89581 Wörtern

Top 5.000 — umfassender Wortschatz
3401toontv.instructie geven
3402computersv.gebruik maken van computer
3403schermA2
3404schilderenA2v.kunst maken met verf
3405plaatA2n.platte object of materiaal
3406bruinA1adj.kleur tussen rood en zwart
3407uitschakelenA2v.uitzetten stoppen
3409polsA2v.informeren of peilen
3410veeB1
3411ritje
3412smerenA2n.vette substantie
3414steeltn.een opname met peilen
3415schijn
3416gebetenv.tanden gebruiken om iets te pakken
3417straffenA2v.iemand een straf geven
3418ridderA2v.tot ridder benoemen
3420koeienn.dier dat melk geeft
3421lageradj.niet hoog
3422hupA2n.sprong of beweging
3423vreugdeA2n.gevoel van blijdschap
3424gifA2n.gewoonterechtelijke uitkering
3425geladenv.iets inladen
3427centimeterA2n.maateenheid voor lengte
3428waaraanA2adv.betrekking op iets
3429diefstalA2n.het stelen van spullen
3430reageertv.antwoord geven
3431pappie
3432geleefdv.in leven zijn
3435middelenv.in het midden plaatsen
3436inzetB2v.iets in werking stellen
3437zeurenA2v.klagen of zeuren
3438wonderenv.grote verbazing
3439bloemA2v.meervoud van bloem
3440gestudeerdv.leren of onderwijs volgen
3441bondA2n.verbintenis of relatie
3442gatenn.lege ruimte
3444zestienA1num.getal na vijftien
3445strengA2v.strakker maken
3447overdagA2adv.tijdens de dag
3449griet
3450gus