Woordenlijst

Die häufigsten niederländischen Wörter, sortiert nach ihrem Vorkommen in der Alltagssprache. Basierend auf dem SUBTLEX-NL-Korpus — 44 Millionen Wörter aus niederländischen Film- und Fernsehuntertiteln.

3401–3450 von 89581 Wörtern

Top 5.000 — umfassender Wortschatz
3401toontv.instructie geven
3402computersv.gebruik maken van computer
3403schermA2
3404bruinA1adj.kleur tussen rood en zwart
3405plaatA2n.platte object of materiaal
3409polsA2
3410veeB1
3411smerenA2
3412ritje
3414steeltn.een opname met peilen
3415schijn
3416straffenA2
3417ridderA2
3418gebetenv.tanden gebruiken om iets te pakken
3420koeienn.dier dat melk geeft
3421gifA2
3422geladenv.iets inladen
3423vreugdeA2
3424lager
3425hupA2
3428pappie
3430geleefdv.in leven zijn
3432diefstalA2
3435waaraanA2
3436wonderenv.grote verbazing
3437inzetB2v.iets in werking stellen
3438zeurenA2v.klagen of zeuren
3439gestudeerdv.leren of onderwijs volgen
3440bloemA2v.meervoud van bloem
3441strengA2
3443overdagA2
3445gatenn.lege ruimte
3446bondA2
3447zestienA1num.getal na vijftien
3449griet
3450schoppenA2