Woordenlijst

Die häufigsten niederländischen Wörter, sortiert nach ihrem Vorkommen in der Alltagssprache. Basierend auf dem SUBTLEX-NL-Korpus — 44 Millionen Wörter aus niederländischen Film- und Fernsehuntertiteln.

3551–3600 von 89581 Wörtern

Top 5.000 — umfassender Wortschatz
3551minuutjen.tijdseenheid van 60 seconden
3553zweetA2
3554linkA2n.een verbinding
3555minnaarB1
3556ervarenA2v.ondervinden of meemaken
3557canada
3558salarisA2n.maandelijkse betaling
3559mysterieB1
3560innemenA2
3561uitkomtv.naar buiten komen
3562voetbalA1v.spelen met bal
3563gewoondv.in een huis leven
3564toneelA2
3565modderA2v.slechte situatie verkeren
3568getrokkenv.verhuizen
3569cA2
3570uitvoerenA2v.totstandbrengen van iets
3571pappa
3572klappenA2
3573inclusiefA2
3574broodjen.voedsel van meel
3575afgemaaktv.iets compleet maken
3576zoektochtA2
3577zussenadv.adverb usage
3578spookA2v.toevallige geluid maken
3579dieven
3580versieB1
3581verzinv.iets bedenken
3582smekenA2
3583uniekA2
3584logerenA2
3586sectie
3587patroonA2
3588nazi's
3590paginaB1n.bladzijde op papier
3591rob
3593liepenn.manier van lopen
3594drijvenA2v.bewegen op water
3595danstA2n.een soort beweging
3596artsen
3597operaB1n.muziekwerk of compositie
3598potenB2
3599bossenv.verbaas
3600vette