🇳🇱

Reis

deCommon nounA1
1
Compound
Complex
Simple
Een levendige familie bereidt zich voor op een reis naar Parijs in een gezellige woonkamer.
2
Simple
Present Tense
Future Tense
Interrogative
Context & Scenario
Synonym
Related Word
Complex
Past Tense
Declarative
Imperative
Context & Scenario
Context & Scenario
Idiomatic
Compound
Een kleurrijke retro-futuristische scène van een gezin dat zich voorbereidt op een zomer vakantie met vintage koffers en een plattegrond.
3
Compound
Past Tense
Interrogative
Context & Scenario
Related Word
Simple
Present Tense
Imperative
Context & Scenario
Synonym
Idiomatic
Complex
Future Tense
Declarative
Context & Scenario
Een dramatisch uitzicht op een kronkelige path door een ongerepte natuurlijke omgeving met bergen en een bewolkte lucht.
4
Compound
Present Tense
Declarative
Imperative
Context & Scenario
Idiomatic
Simple
Past Tense
Interrogative
Context & Scenario
Related Word
Complex
Future Tense
Context & Scenario
Synonym
Een formeel geklede zakenreiziger staat op een druk treinstation, omringd door mensen en vallende sneeuw.
5
Complex
Present Tense
Declarative
Context & Scenario
Simple
Future Tense
Imperative
Compound
Past Tense
Interrogative
Een groep vrienden maakt een sneeuwpop op een sneeuwstrand tijdens hun winteruitje.

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.