Verb
Auxiliary Verb
zijn
werkwoord
De handeling van vertrekken houdt in dat iemand of iets de huidige plaats of positie verlaat.
Infinitief
Tegenwoordig deelwoord
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Voltooid deelwoord
Gebiedende wijs
Aanvoegende wijs
Examples
Ik vertrek nu naar huis.
tegenwoordige tijd, aankondiging
Zij is vertrokken voor haar vakantie.
voltooid deelwoord, aankondiging