Afliggen
Hulpwerkwoord
hebben
onregelmatig werkwoord, scheidbaar werkwoord
Het werkwoord 'afliggen' wordt vaak gebruikt om aan te geven dat iemand languit ligt, meestal in een ontspannen of vermoeide houding. Het kan ook een negatieve connotatie hebben, zoals luiheid of gebrek aan activiteit.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
ik
jij / je
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik lig af op de bank omdat ik hoofdpijn heb.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren lag ik af op het strand en las een boek.
verleden tijd, aantonende wijs
Heb je de hele dag afgelegen?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Lig niet zo af, ga iets doen!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.