NEDERLANDS
🇳🇱

Beperken

WerkwoordB2

Hulpwerkwoord

hebben

overgankelijk werkwoord (heeft een lijdend voorwerp nodig)

Het werkwoord 'beperken' wordt vaak gebruikt om aan te geven dat iets kleiner, minder of strikter wordt gemaakt, vaak met een positieve of noodzakelijke connotatie.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • Ik beperk mijn koffieconsumptie tot twee kopjes per dag.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • De regering heeft de snelheid op deze weg beperkt.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Beperk je uitgaven, anders kom je in de problemen!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Als hij zijn tijd beter zou beperken, zou hij meer gedaan krijgen.

    onvoltooid verleden toekomende tijd, aantonende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.