Lichten
Hulpwerkwoord
hebben
zwak werkwoord (regelmatig)
Het werkwoord 'lichten' betekent meestal 'iets optillen of omhoog doen'. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden, zoals in 'het anker lichten' (vertrekken).
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik licht de doos om te zien wat erin zit.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij heeft het tapijt gelicht om de vloer schoon te maken.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Licht jij even het gordijn?
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Wij lichtten de stenen om de fundering te inspecteren.
verleden tijd, aantonende wijs
Het is belangrijk dat hij het deksel lichte om de soep te roeren.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.