Los
Attributieve vormen
Als je 'los' voor een zelfstandig naamwoord gebruikt, verandert het vaak in 'losse'. Bijvoorbeeld: 'een losse tand' of 'de losse bladzijde'. Voor 'het' woorden in het enkelvoud gebruik je soms 'los' zonder 'e', zoals in 'los zand'.
- Met bepaald lidwoord
- Met onbepaald lidwoord
- Zonder lidwoord
Predicatieve vorm
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'los'. Bijvoorbeeld: 'De hond is los' of 'De knoop wordt los'.
Vergrotende trap
Om te zeggen dat iets 'meer los' is, gebruik je 'losser'. Bijvoorbeeld: 'Deze band is losser dan die andere'. Je kunt ook 'losser dan' gebruiken om twee dingen te vergelijken.
- Grondvorm
- Met "dan"
Overtreffende trap
Voor het 'meest los' gebruik je 'lost' of 'loste'. Na 'het' gebruik je 'lost' (bijv. 'het loste voorbeeld'), en voor de-woorden of meervoud gebruik je 'loste' (bijv. 'de loste schroef').
- Attributief
- Predicatief
Belangrijke opmerkingen
- spelling:In de overtreffende trap wordt 'lost' gebruikt na 'het' en 'loste' voor de-woorden en meervoud.
- usage:'Los' kan ook betekenen 'vrij' of 'zonder verplichtingen', bijvoorbeeld: 'Ik ben vandaag los van werk'.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.