Infinitief Ik leer hoe ik 'noemen' in een zin gebruik.
Tegenwoordig deelwoord Zij is noemend waar ik het over heb.
De noemende persoon vertelde veel interessante feiten.
Tegenwoordige tijd ik
Ik noem mijn favoriete boek.
jij / je
Jij noemt een goed idee.
u
U noemt de belangrijke punten.
hij
Hij noemt het beste restaurant in de stad.
zij / ze
Zij noemt haar hond Max.
het
Het noem je niet vaak.
wij / we
Wij noemen het een uitdaging!
jullie
Jullie noemen het een mooi voorbeeld.
Verleden tijd ik
Ik noemde hem gisteren.
jij / je
Jij noemde het juiste antwoord.
u
U noemde de verkeerde naam.
hij
Hij noemde de datums in de vergadering.
zij / ze
Zij noemde haar favoriete kleur.
wij / we
Wij noemden elkaar altijd bij onze voornaam.
jullie
Jullie noemden het niet correct.
Voltooid deelwoord Hij heeft het al genoemd.
Aanvoegende wijs Ik hoop dat hij noeme wat hij voelt.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.