NEDERLANDS
🇳🇱

Overlopen

WerkwoordB2

Hulpwerkwoord

hebben

onovergankelijk of overgankelijk werkwoord, afhankelijk van de context (bijv. 'een tekst overlopen' vs. 'het water loopt over').

Het werkwoord 'overlopen' betekent vaak 'nog een keer doornemen' of 'controleren', maar kan ook letterlijk 'over iets heen lopen' betekenen (bijv. 'het water loopt over').

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Voorbeelden

  • Ik overloop elke ochtend mijn agenda om te zien wat ik moet doen.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft de samenvatting al twee keer overlopen, maar hij is nog steeds nerveus.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Overloop de tekst nog een keer voordat je hem inlevert!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Het is belangrijk dat je de instructies nog eens overlope.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.