Overlopen
Hulpwerkwoord
hebben
onovergankelijk of overgankelijk werkwoord, afhankelijk van de context (bijv. 'een tekst overlopen' vs. 'het water loopt over').
Het werkwoord 'overlopen' betekent vaak 'nog een keer doornemen' of 'controleren', maar kan ook letterlijk 'over iets heen lopen' betekenen (bijv. 'het water loopt over').
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Ik overloop elke ochtend mijn agenda om te zien wat ik moet doen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft de samenvatting al twee keer overlopen, maar hij is nog steeds nerveus.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Overloop de tekst nog een keer voordat je hem inlevert!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Het is belangrijk dat je de instructies nog eens overlope.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.