NEDERLANDS
🇳🇱

Hulpwerkwoord

hebben

zwak werkwoord (regelmatig)

Het werkwoord 'poten' betekent letterlijk 'planten in de grond zetten', vaak gebruikt in de context van tuinieren of landbouw.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Voorbeelden

  • Ik poot elke lente nieuwe aardappelen in mijn moestuin.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Wij hebben gisteren alle bloembollen gepoot.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Poot de planten niet te dicht bij elkaar!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Als hij de bomen vandaag pote, kunnen ze voor de winter wortelen.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.