Sauzen
Hulpwerkwoord
hebben
zwak werkwoord
Het werkwoord 'sauzen' betekent het toevoegen van saus aan eten. Het wordt vaak gebruikt in de context van koken en voedselbereiding.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Ik saus de salade altijd met een lichte vinaigrette.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren sausde hij de vis met een romige dillesaus.
verleden tijd, aantonende wijs
Zij heeft de groenten netjes gesausd.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Sauzen jullie de aardappelen met jus?
tegenwoordige tijd, vragende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.