🇳🇱
deZelfstandig naamwoord
1
Simple
Future Tense
Imperative
Context & Scenario
Idiomatic
Complex
Present Tense
Interrogative
Context & Scenario
Synonym
Compound
Past Tense
Declarative
Context & Scenario
Related Word
Skier in bright winter gear racing down a snowy slope in the Alps with fluffy snowflakes falling around
2
Complex
Simple
Compound
Present Tense
Future Tense
Past Tense
Declarative
Imperative
Interrogative
Context & Scenario
Context & Scenario
Context & Scenario
Synonym
Related Word
Idiomatic
Skiërs glijden met plezier naar beneden op een besneeuwde helling met een skihut op de achtergrond
3
Complex
Future Tense
Imperative
Context & Scenario
Related Word
Simple
Present Tense
Declarative
Context & Scenario
Idiomatic
Compound
Past Tense
Interrogative
Context & Scenario
Synonym
Twee blije kinderen leren skiën op kleine skis in een winterse omgeving met sneeuwbedekte bomen.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.