🇳🇱

Ski

deZelfstandig naamwoord

Enkelvoudsvormen

'Ski' betekent een plank die je gebruikt om te skiën.

Bepaald (de/het)
Onbepaald (een)
Zonder lidwoord

Meervoudsvormen

De meervoudsvorm 'ski's' wordt vaak gebruikt wanneer je over meerdere ski's hebt.

Bepaald (de)
Zonder lidwoord

Verkleinwoord

Diminutief wordt zelden gebruikt, 'skitje' kan voor een klein ski-object verwijzen.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • skiën

    de activiteit van skiën

  • skiklas

    een les in skiën

Veelgebruikte woordcombinaties

  • op ski's staan

    Dit betekent dat iemand kan skiën.

  • ski-pak

    Een outfit speciaal voor skiën.

Belangrijke opmerkingen

  • countability:Het woord 'ski' is telbaar, je kunt er één of meer van hebben.
  • register:Meestal gebruikt in informele gesprekken over wintersport.
  • irregular:Meervoudsvorm met apostrof 'ski's' in plaats van 'skiën'.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.